Jo Rispens, olieverfschilderijen


BIOGRAFIE van kunstschilder JO RISPENS, autodidact. 1914 - 2002

Geboren op 25 januari 1914 in Ulrum(groningen) als 2e zoon van Maarten Rispens en Grietje Cremer. Bezocht de basis- en ULO-school van zijn 5e tot zijn 14e levensjaar.

Hij was als kind altijd al bezig met tekenen en schilderen in de natuur.

Tijdens de schooljaren mocht hij van de leraren steeds al vrij tekenen en schilderen.

Na zijn schooljaren bekwaamde hij zich in het vak huisschilder en volgde een tekenles in Leens.

Hij was naast het schilderen vooral geïnteresseerd in biologie.

Op zijn 18e jaar vertrok hij naar Schiermonnikoog als schildersknecht. Hij zou hier vijf jaar blijven . Het eiland in combinatie met de waddenzee werd zijn grote inspiratiebron voor zijn schilders-oeuvre. Dit landschap vergeleek hij vaak met het begin van de schepping: water en grond, verder zie je bijna niets.

In deze periode kreeg hij les van “de schilder van Schiermonnikoog” Martin van Waning, eveneens een autodidact, in de technieken olieverf, aquarel en ets., die veel van zijn werk verkocht aan het koningshuis van Denemarken.

In het jaar 1938 verhuist Rispens naar Nes(gemeente Dongeradeel) waar hij zich vestigt als zelfstandig ondernemer door overname van een huisschildersbedrijf.

Hij trouwt in 1942 met Liskje Reeder en er worden 3 kinderen geboren.Zijn broodwinning” huisschilder” wordt nooit zijn grote liefde. Zijn passie blijft het creatief bezig zijn met tekenen en schilderen.

Elk, soms gestolen, uurtje vult hij in met tekenen en schilderen.In een toen nog vaak niet te lange vakantie op Schiermonnikoog maakt hij vlot een zevental aquarellen en wat potlood-tekeningen.Als hij niet werkt of schildert zit hij te studeren in geschiedenisboeken, want hij interesseert zich bovenmate voor de verschillende oude godsdiensten.

Al tijdens de periode als huisschilder gaat hij in deeltijd lesgeven aan de ambachtsschool het vak huisschilder, dan aan de Chr.Mavo en kweekschool voor onderwijzers in Dokkum het vak tekenen.

Ze nemen hem daar aan om zijn vakbekwaamheid en pedagogische vaardigheden.zonder enige leraarsopleiding.

Hoe hij toch aan zijn diploma komt is een leuke anekdote:

Een van zijn dochters studeert aan de kunstacademie en er naast voor de aantekening pedagogie. Tegelijk met haar geeft Jo Rispens zich op voor het examen.

Zowaar, in Apeldoorn merken ze niet op dat er iets niet klopt, en ook hij krijgt een

oproep en verschijnt in Apeldoorn voor het drie-daagse examen.

Hij slaagt met hoge cijfers terwijl er in zijn totaliteit slechts 8 van de 45 het diploma behalen.

Als een examinator hem vraagt naar zijn vooropleiding, antwoordt hij: “Dat doen we in het hoge noorden schriftelijk.

De verantwoordelijke instanties proberen hem dit diploma te ontnemen. De burgemeester neemt het voor hem op en uiteindelijk wordt hij erkend bevoegd leraar tekenen .

Rond 1965 sluit hij zijn huisschildersbedrijf, bouwt zijn werkplaats om tot atelier en wordt deeltijdleraar tekenen en schilderen aan de zgn. kleuterkweek, de Egelantiersschool te Leeuwarden. Heel veel kleuterjuffen uit de jaren zestig-zeventig herinneren zich Rispens als een gedreven leraar, die naast boeiende tekenlessen nog boeiender kon vertellen over wat hem boeide in de wereld van oude cultuurvolken betreffende godsdiensten en symboliek.

Naast het schilderen van heel veel landschappen ging hij werken aan een totaal andere stijl.

De verbinding die hij legde tussen het waddenlandschap als beeld van het oerbegin van de aarde, immers als je op het wad bent zie je niet veel meer dan water, aarde en lucht, en de symboliek die hij aantreft in zijn studies over allerlei Godsdiensten inspireert hem tot het schilderen van een hele reeks schilderijen aan de hand van het Scheppingsverhaal in de Bijbel en visioenen uit de Openbaring aan Johannes.

Het scheppingsverhaal bestaat zelfs uit tien doeken. Hij heeft ze niet allemaat duidelijk gedateerd, het valt wel op dat ze niet in de logische vorm van dag 1 tot dag 7 zijn geschilderd.

Als hij een idee had voor de 4e dag, dan werd dat direct uitgewerkt.

Een steeds terugkerend symbool in eigenlijk al zijn werk is de Geest in de vorm van een bol of ei-vorm.

Rispens conclusie na vele vele jaren studie: Het Christendom is de beste godsdienst omdat daarin de geestelijke ontwikkeling van de mens centraal staat. De oude natuurgodsdiensten missen dit element, het gaat daarin alleen over de aarde.

Rispens vindt het geen toeval dat de zon een hoofdrol vervult in zijn werk.

De zon was de God van de Kelten. Toen de Christelijke religie ingang vond bij de Kelten, hebben ze God en de zon gecombineerd. Dat zie je in verschillende religieuze afbeeldingen van de Kelten terug.

Rispens constateert, dat het jammer is dat de Kerk op een agressieve manier haar wil oplegde.

Het was alles of niets. Als voorbeeld haalt Rispens de relatief onbekende monnik Pelagius aan, die de Kelten wilde bekeren door als vrienden op gelijk niveau met elkaar te praten, wat niet door kerk werd getolereerd. Men had zich maar te bekeren en Pelagius werd omgebracht.

Vanuit een strenge opvoeding is Rispens niet een kunstenaar geworden, die zo nodig tegen de maatschappij of zijn ouders moest aantrappen.

Hoe ouder hij werd, hoe milder en ruimdenkender hij is geworden.

Bij een interview met het Friesch Dagblad zegt Rispens, afgebeeld bij zijn schilderij over de Hemelpoort:
Het is geen wonder dat ik dit nu geschilderd heb, ik ben er niet zo ver meer vandaan(gezien zijn leeftijd van toen, 82 jaar). Hij zegt dan: Ik weet niet hoe het er daar echt uitziet, maar ik geloof heilig in het bestaan van de hemel, : “Aan de andere kant”, als er niets blijkt te zijn, kan ik daar ook vrede mee hebben. (Over relativeren gesproken!!!)

Bij zijn pensionering in 1979 breekt voor Rispens een nieuw tijdperk aan, de tijd van de volle vrijheid, de droom van vele kunstenaars.

Hij kan zich nu volledig uitleven op zijn interesses, de maatschappelijke druk van altijd bezig moeten zijn is weggevallen. Zijn hele huis en atelier en leven staan in het teken van de schilderkunst. Het is een komen en gaan van kunstliefhebbers. Bij veel vrienden, kennissen en familie hangt werk van hem. Ook landelijk verkoopt hij veel, vooral waddengezichten.Daarnaast heeft hij muurschilderingen in opdracht gemaakt voor o.a. kerken en scholen in Makkum, Ternaard, Peasens-Moddergat en in zijn eigen geref.kerk in Nes.

Als het kunstwerk in Nes klaar is en de gemeenteleden er kennis van nemen volgt er een heftige discussie. Vanuit de calvinistische traditie is er heftig verzet tegen afbeeldingen van bijbelse onderwerpen en dan vooral in een kerkgebouw!!!

Op zeker moment komt er een ultimatum van een aantal gemeenteleden: Of wij de kerk uit of de muurschildering..

De dominee lost het conflict op door een boeiende preek over het afgebeelde onderwerp en sluit af met: oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld worde. Niemand durfde naderhand nog commentaar te leveren.

Als het klopt wat Rispens opmerkt:” Minsken hawwe soms symboalen nedich om te leauwen” dan is Rispens in zijn werk en in zijn leven een getuige geweest van Gods boodschap.

© 2006-2008 Museumkerk "Eben Haëzer"     colofon & disclaimer